Structuur van de opleiding

Na een éénjarig voortraject volgt een beroepsopleiding van drie jaar. De opleiding is  erkend door de Vlaamse Overheid en wordt ingericht in samenwerking met Centra voor Volwassenenonderwijs en Centra Basiseducatie.

In het eerste jaar van de opleiding – het voortraject – gaat veel aandacht naar het onderzoek van de eigen armoede-ervaring en die van de anderen. Theoretische kaders van o.a. maatschappij, cultuur en samenleving, communicatieve vaardigheden en groepsprocessen worden gehanteerd om referentiekaders af te toetsen. In de volgende drie jaar, in de beroepsopleiding, worden enerzijds een aantal theoretische vakken gegeven zoals armoede en maatschappijleer, recht, psychologie en pedagogische processen en expressieve vaardigheden. Anderzijds volgt de cursist ook 720 uur beroepspraktijk waarbij verschillende stageplaatsen aangereikt worden. Het levensverhaal blijft de rode draad doorheen alle vakken en beroepspraktijk.

Omdat ervaringsdeskundigen ingezet worden om empoweringsprocessen bij mensen in armoede te ondersteunen en om verbindend te werken gaat er in de opleiding veel aandacht naar houding en vaardigheden. Bijvoorbeeld: open communicatie, omgaan met feedback, confronteren, tolken, functioneren in team, samenwerken… 

Binnen de opleiding streeft men naar een evenwicht tussen ervaringsgericht leren, theoretische kennis en praktijkervaring. In de laatste twee jaar van de beroepsopleiding is stage een belangrijk onderdeel van de opleiding. 

De opleiding wordt gegeven door verschillende educatieve medewerkers en lesgevers. Zij vormen steeds een duo met een opgeleide ervaringsdeskundige.